Crisismanagement en creativiteit

Floris van Braam Houckgeest, Specialist Ouderengeneeskunde, vertelt:

De grote uitbraak in dit huis was in april, mei vorig jaar. Het was heftig en heel grillig. Mensen konden corona hebben en pas na drie weken klachten krijgen en dood gaan, of het was meteen klaar. En alles ertussen in. En we hadden ook mensen met ernstige bijkomende klachten en forse dementie, die het wel overleefden.

De eerste patiënt had helemaal geen luchtwegklachten; die was wat koortsig en in zichzelf gekeerd. En omdat hij in eerste instantie negatief werd getest, heb ik de isolatie opgeheven. Later werd ze wel positief getest. Dat was heel moeilijk in te schatten.

Dat we op slot gingen en er geen bezoek meer mocht komen, was heel moeilijk. We moesten echt heel streng zijn. Iedereen wilde uitzonderingen. Maar dat konden we alleen doen bij een stervende patiënt. We hebben één keer een uitzondering gemaakt bij een meneer die alleen te kalmeren was door zijn vrouw. Het enige alternatief was om hem zware sederende medicatie te geven. Daarom maakten we de afweging om zijn vrouw hem om medische redenen te helpen kalmeren. De drastische maatregelen werden landelijk opgelegd. Maar de uitvoering was af en toe wel heftig.

Tijdens de lockdown heb ik het lijden vooral gezien en gehoord bij familie en omgeving. De ellende die de familie ervoer doordat ze niet meer op bezoek konden komen bij moeder, was groot. Veel meer dan bij de bewoners zelf. De bewoners zelf hadden er, denk ik, toch minder last van. Wij gaven de mensen hun verzorging. En als je echt gevorderd dement bent, maakt het niet altijd heel veel uit wie er naast je zit en je hand aait of een praatje maakt. Wij worden ook wel eens aangezien voor zoon of dochter. En natuurlijk hebben bewoners het ook moeilijk gehad, maar ik heb vooral het appel gemerkt vanuit de omgeving.

In de Toren hadden we een corona-afdeling. Daar overleden ook mensen. En dan zat je met de familie aan de telefoon en zeiden we: ”Jullie mogen nu naar binnen omdat je familielid aan het overlijden is, maar wel met alles aan.” Dat mocht alleen voor die laatste palliatieve fase. Dan lieten we wel het menselijke argument prevaleren. Maar dan moest het wel met schort en masker en met het risico op besmetting voor de familie. Dat was best heftig voor ons, maar vooral voor de familie. Om je vader of moeder te verliezen in zo’n situatie, is verschrikkelijk.

We hadden een ‘praatraam’, en een ‘praattuin’: een plek in de tuin met een brede bloembak van twee meter ertussen. Dat praatraam werd positief ervaren, omdat er eerst helemaal niks was. Het was ook leuk om dat te verzinnen. Maar het was natuurlijk eigenlijk extreem. En heel confronterend voor de families. En het was heel moeilijk uit te leggen aan de bewoners waarom het zo moest.

Beeld: Light Weight van Caren van Herwaarden