In het oog van de orkaan

Leonieke Veldhuis, wijkverpleegkundige in het corona-wijkteam, vertelt:

Dan kom je bij de eerste mensen thuis. De eerste cliënten met corona. Dat was spannend. Elke keer kleedden we ons om, in een ander gangetje of bijkeukentje. We waren allemaal ervaren mensen, maar je weet niet waar je naar kijkt. Mensen hebben een ziekte die je nog nooit hebt gezien. We deden het met informatie van het RIVM en zochten informatie online. Dan lazen we iets over saturatie en pasten dat toe. Of we lazen dat ouderen soms weinig klachten hadden, maar toch heel ziek waren.

Het was verpleegkunde vanaf de basis. Je moest je eigen vak weer een beetje uitvinden. Ik vond dat ook ontzettend gaaf. Niet voor de mensen bij wie we kwamen, maar wel voor mezelf: je leeft ineens in een tijd met een pandemie en jij bent verpleegkundige.

Je kon niet altijd de zorg bieden zoals je wilde. Je kon niet heel nabij zijn. We moesten ons vak een beetje opnieuw uitvinden: wat is goede verpleegkunde? Je doet wat op dat moment kan. Er waren, in het begin, wel schrijnende verhalen waar ik het anders had willen doen. We waren net twee dagen bezig met het coronateam, toen we bij een vrouw kwamen die erg ziek was. Ze wilde zelf niet opgenomen worden. Ze lag heel ziek in bed. De huisarts had slaap- en verdovingsmiddelen achtergelaten. Zodat haar echtgenoot die kon toedienen op het moment dat zij aangaf dat ze niet meer kon ademen of dreigde dood te gaan. Die mevrouw had haar bed heel erg bevuild. Dan kan je er niet even rustig bij gaan zitten of een kopje koffie zetten voor die meneer. We probeerden te doen wat we konden, maar het moest nu vanachter een pak, op afstand en zo kort mogelijk binnen.

Alle opsmuk was weg. Niet eerst een kopje koffie. Je komt binnen en mensen zeggen: ik ben bang. Of benauwd. En dat is toch het mooiste van mijn werk: de mogelijkheid om mensen te zien als ze echt mens zijn.

Beeld: My boy II van Caren van Herwaarden