In verpleeghuis moet het goed wonen én goed werken zijn
Vandaag in Trouw een opiniestuk van onze bestuurder Vera Bergkamp
Verpleeghuizen willen graag ‘kwaliteit van leven’ bieden. Maar doordat senioren pas zo laat verhuizen, wordt voor hen zorgen steeds complexer, waarschuwt zorgbestuurder Vera Bergkamp in landelijk dagblad Trouw.
De overheid wil dat ouderen zo lang mogelijk thuis wonen. Dat sluit ook aan bij de wens van velen om in hun vertrouwde omgeving te blijven. Maar inmiddels lijkt dat beleid een doel op zich te worden, in plaats van een middel om mensen zo lang mogelijk prettig en zelfstandig te laten leven. Er komt een moment waarop we ons moeten afvragen óf iemand nog thuis kan wonen én of thuis nog de beste plek is om goed te leven.
Ingewikkelder zorg
Doordat mensen steeds langer thuis blijven wonen, wordt voor hen zorgen na hun verhuizing ook zwaarder en ingewikkelder. En dat verandert het karakter van het werk in het verpleeghuis. Het stelt hoge eisen aan teams, deskundigheid, samenwerking, bezetting en ondersteuning. Het vraagt van organisaties dat zij investeren in scholing, begeleiding en ontwikkeling. Het vraagt van medewerkers dat zij bereid zijn nieuwe kennis en vaardigheden op te doen én van opleidingen dat zij aansluiten bij de veranderende praktijk.
Maar ook daaraan zitten grenzen. De zorg is geen koekjesfabriek. We kunnen het werk niet steeds complexer maken en ervan uitgaan dat het systeem dat vanzelf opvangt.
Dat is geen oordeel over wat zorgmedewerkers kunnen. Integendeel. Zij leveren dagelijks zware en ingewikkelde zorg. De vraag is wél hoeveel we van professionals kunnen blijven vragen en onder welke omstandigheden we dat verantwoord kunnen doen.
Imago van het verpleeghuis
Ook het karakter van het verpleeghuis verandert. Als mensen pas verhuizen wanneer hun kwetsbaarheid zeer groot is en het levenseinde nabij, dan wordt het verpleeghuis een plek waar het naderende sterven centraal staat.
Dat doet wat met bewoners, hun naasten en het imago van het verpleeghuis. Natuurlijk horen palliatieve en terminale zorg erbij. Maar een verpleeghuis is méér dan een plek waar mensen hun laatste weken of maanden doorbrengen. Mensen moeten er vooral kunnen leven, ook wanneer dat leven kwetsbaar is geworden.
Dat betekent niet dat we het verpleeghuis van vroeger moeten behouden. Integendeel: de (door)ontwikkeling naar een woonzorglocatie die meer als thuis voelt, moeten we voortzetten. Minder denken vanuit het medische model en meer vanuit wonen, welzijn en kwaliteit van leven. Daar hoort ook betrokkenheid van naasten bij. Niet alles hoeft door een zorgprofessional te worden overgenomen.
Minder medisch?
Juist daarin zit een schijnbare tegenstelling. Terwijl we het verpleeghuis minder medisch en meer als thuis willen organiseren, dreigt de toenemende zorgzwaarte ons in de tegenovergestelde richting te duwen. Wanneer het werk steeds meer wordt gedomineerd door zware zorg, crisissituaties, palliatieve trajecten en afscheid nemen, verschuift de verhouding tussen zorgen, wonen, leven en sterven.
Dat heeft gevolgen voor de fysieke en emotionele belasting, maar ook voor het werkplezier en verzuim van zorgmedewerkers. We spreken terecht veel over kwaliteit van leven. Maar die kwaliteit mag niet ophouden bij de bewoner. Ook de medewerker verdient werk dat vol te houden is en waarin plezier, vakmanschap en betekenis blijven bestaan.
Moeilijke discussie
Het is een ongemakkelijke discussie. Want zodra je pleit voor deze rol van het verpleeghuis en aandacht vraagt voor zorgmedewerkers, kan het lijken alsof het gaat om eigenbelang, banen, bedden of organisaties die hun positie willen beschermen.
Toch moeten we het gesprek over langer thuis wonen breder durven te voeren. Een toekomstbestendige ouderenzorg vraagt niet om zo laat mogelijk naar het verpleeghuis gaan. Zij vraagt om de juiste plek op het juiste moment. Een plek waar ouderen niet alleen verzorgd worden, maar ook kunnen leven. En waar zorgmedewerkers hun prachtige vak gezond, met plezier en betekenis kunnen blijven uitoefenen.
Nu de eerdere bezuinigingen van de baan lijken te zijn, hoop ik dat er bij de behandeling van de zorgbegroting in de Tweede Kamer ruimte is om het juist hierover te hebben.
Vera Bergkamp
Bestuurder Zorgbalans