Ik mis de mensen uit de huiskamer ook

Annemarie Hoogland, dochter van bewoonster mevrouw Hoogland, in De Heemhaven, vertelt:

Het bleef lang weg uit De Heemhaven, maar toen ging het ineens heel hard. Achter elkaar moesten mensen naar Zuiderhout. Dat vond ik de meest heftige periode. De schrik die je dan om het hart slaat. En de eerste bewoners die naar Zuiderhout gingen, kwamen niet terug. Of ik hoorde dat meneer die en die de nacht niet ging halen op Zuiderhout. Dan breekt je hart. Want je kent ze allemaal. Ik had ook zo’n band met al die mensen die zijn overleden.

Het moment dat “mijn” overbuurman in De Heemhaven [tegenover de kamer van haar moeder] verhuisd werd, zei iemand van de medewerkers: het is alsof je je kind naar een concentratiekamp stuurt. Je weet niet of ze terugkomen, je hebt er geen zicht op. Zo voelden wij het al als familie. Maar de medewerkers ook: ze zorgen soms jaren voor iemand. Maken grapjes, zijn bezorgd. Het was mooi dat we dat samen konden delen. Maar het was ook heel schrijnend.

Bewoners werden geïsoleerd en er werd vanuit cohorten gewerkt. Vaste medewerkers vielen soms weg door besmettingen. Je mocht alleen nog op de kamer komen. Ik zag aan mijn moeder dat ze slechter werd. Ze ging eten geven aan een foto van haar kleindochter. Haar kinderlijkheid werd erger. Ik vond haar hard achteruit gaan.

Mijn moeder had de ene negatieve test na de andere. Tot ze positief was. Toen moest ze naar Zuiderhout: het angstigste moment van dit jaar. Maar bij het eerste face-time contact vanaf Zuiderhout zat mijn moeder rustig te puzzelen. Alsof er niks aan de hand was. Dat beeld gaf zo veel rust en vertrouwen.

Net zoals ik in De Heemhaven redelijk actief ben, heb ik ook op Zuiderhout sloffen, muts en pak aangetrokken. Ik ging elke dag na mijn werk in volle bepakking naar binnen. Wat ik daar zag was heel heftig. Dat beeld vergeet ik niet meer: al die oudjes, in de huiskamer, naast hun grote zuurstoftank. Die ontheemde gezichten. En later een soort apathische acceptatie. Dolende bewoners die de weg kwijt waren of naar huis wilden. En er was weinig tijd voor activiteiten. Iedereen zat in een grote huiskamer. In hun stoel suffig voor zich uit te kijken. Het eerste wat een aantal dochters en ik hebben gedaan is een sjoelbak pakken.

[..] Die samenwerking, dat vind ik het pareltje uit deze tijd: de driehoek van De Heemhaven, bewoner en familie. Daar zal niet elke familie zo over denken, maar ik heb het zo ervaren. We moeten hier samen doorheen komen. Ik ervaarde ook: nu kan ik er als familie ook echt zijn. Door mee te bewegen, door wat langer te blijven en te helpen met eten geven of wat afleiding te verzorgen in de huiskamer. Dat was een fijn gevoel, dat ik kon bijdragen.’

Beeld: The Field van Caren van Herwaarden